DGUV - Duitse wettelijke ongevallenverzekering

DGUV Informatie 201-056

DGUV Informatie 201-056 geeft antwoord op de vraag hoe valbeveiligingssystemen en aanlijnvoorzieningen op gebouwen veilig en professioneel worden ontworpen.

De DGUV Informatie is bedoeld voor opdrachtgevers, ontwerpers, installateurs, onderhoudspersoneel en gebruikers van individuele valbeveiligingsoplossingen op gebouwen. Criteria die relevant zijn voor de planning worden hierin gedefinieerd. Daarnaast bevat de informatie ook leidraden voor het beveiligen van deze gevarenzones met collectieve en individuele voorzieningen voor valbeveiliging.

 

Met welke risico’s moet bij het ontwerp rekening worden gehouden?

DGUV 201-056 beschouwt de volgende punten als valrisico:

  • vallen van de dakrand,
  • het door dakvlakken heen breken of vallen en
  • vallen door een dakopening.

Bij niet doorvalveilige dakelementen moeten aanvullende maatregelen tegen doorvallen worden getroffen. Bij het ontwerp van valstopsystemen moet rekening worden gehouden met de volgende risico’s:

Om de beste mogelijke bescherming te bieden moeten aanlijnvoorzieningen gepositioneerd  worden op een afstand van 2,5 m tot de valrand. Van deze afstand kan worden afgeweken als de bouwkundige beperkingen dat vereisen. Deze afstand kan in gebieden waar veel sneeuw valt groter zijn, zodat de sneeuw goed en veilig kan worden geruimd. De hoeken kunnen dan worden beveiligd door afzonderlijke dakankers.

Bij het ontwerp moet ook altijd rekening worden gehouden met de toegang tot het valbeveiligingstraject. Verdere aanbevelingen over hoe de toegang tot het dak het beste kan worden gemaakt staan in DIN 4426.

Waar moet u op letten bij installatie en inspectie?

Bij het installeren van aanlijnvoorzieningen moeten altijd de voorschriften van de fabrikant in acht worden genomen. Deze staan normaal gesproken in de montagehandleiding en de veiligheidsinstructies. Monteurs moeten voldoende kennis en ervaring hebben om de aanlijnvoorzieningen te installeren. Hiervoor is een bewijs van vakbekwaamheid kwalificatieniveau 1 vereist

Een monteur moet bijvoorbeeld ook de situatie ter plekke eerst vergelijken met wat er in de bouwtekeningen staat. Daarnaast is het opstellen van installatiedocumentatie vereist. Welke eisen er gesteld worden aan de installatiedocumentatie staat beschreven in DGUV Informatie 201-056. Vooral het maken van foto’s van de installatiestappen die relevant zijn voor de veiligheid, is erg belangrijk. Dat houdt in dat elke stap, en dan met name die stappen die na installatie niet meer zichtbaar en dus niet meer te controleren zijn, moet worden vastgelegd aan de hand van foto’s. De regelmatige inspectie van een aanlijnvoorziening mag alleen worden gedaan door deskundige en door de producent erkende personen. Ook de inspectie van de aanlijnvoorziening moet deel uitmaken van de documentatie.