DGUV - Duitse wettelijke ongevallenverzekering

DGUV Informatie 201-056

De DGUV Informatie 201-056 (voorheen BGI 5164) “Ontwerpbeginselen van aanlijnvoorzieningen op daken” beschrijft hoe valbeveiligingssystemen en aanlijnvoorzieningen op daken veilig en professioneel worden ontworpen.

De DGUV Informatie is bedoeld voor opdrachtgevers, ontwerpers en gebruikers van individuele valbeveiligingsoplossingen op gebouwen. Criteria die relevant zijn voor de planning worden hierin gedefinieerd. Daarnaast bevat de informatie ook leidraden voor het beveiligen van deze gevarenzones met collectieve en individuele voorzieningen voor valbeveiliging.

Met welke risico’s moet bij het ontwerp rekening worden gehouden?

DGUV 201-056 belicht volgende punten waar valrisico bestaat:

  • de dakrand,
  • het door dakvlakken heen breken of vallen en
  • een dakopening.

Bij niet doorvalveilige dakelementen moeten aanvullende maatregelen tegen doorvallen worden getroffen.

Bij het ontwerp van valstopsystemen moet rekening worden gehouden met de volgende risico’s:

Hieruit volgt dat aanlijnvoorzieningen gepositioneerd moeten worden op een afstand van 2,5 m tot de valrand om de beste mogelijke bescherming te bieden. Deze afstand kan in gebieden waar veel sneeuw valt groter zijn, zodat de sneeuw goed en veilig kan worden geruimd. De hoeken kunnen dan worden beveiligd door afzonderlijke dakankers.

Bij het ontwerp moet ook altijd rekening worden gehouden met de toegang tot het valbeveiligingstraject. Verdere aanbevelingen over hoe de toegang tot het dak het beste kan worden gemaakt staan in DIN 4426.

Waar moet u op letten bij installatie en inspectie?

Bij het installeren van aanlijnvoorzieningen moeten altijd de voorschriften van de fabrikant in acht worden genomen. Deze staan normaal gesproken in de montagehandleiding en de veiligheidsinstructies. Monteurs moeten voldoende kennis en ervaring hebben om de aanlijnvoorzieningen te installeren. Een monteur moet bijvoorbeeld ook de situatie ter plekke eerst vergelijken met wat er in de bouwtekeningen staat. Daarnaast is het opstellen van installatiedocumentatie vereist. Welke eisen er gesteld worden aan de installatiedocumentatie staat beschreven in DGUV Informatie 201-056. Vooral het maken van foto’s van de installatiestappen die relevant zijn voor de veiligheid is erg belangrijk. Dat houdt in dat elke stap, en dan met name die stappen die na installatie niet meer zichtbaar en dus niet meer te controleren zijn, moet worden vastgelegd aan de hand van foto’s.

De regelmatige inspectie van een aanlijnvoorziening mag alleen worden gedaan door deskundige en door de producent erkende personen. Ook de inspectie van de aanlijnvoorziening moet deel uitmaken van de documentatie.

Wilt u de planning graag uitbesteden?

Uiteraard omvat de service van ABS Safety ook een vakkundige planning en installatie en een inspectie volgens de voorschriften, inclusief wettelijk voorgeschreven documentatie.

Meer informatie