DGUV - Duitse wettelijke ongevallenverzekering

Uitrustingsklassen

Met uitrustingsklassen worden in de ontwerpfase van aanlijnvoorzieningen verschillende maatregelen voor valbeveiliging bedoeld die specifiek op daken kunnen worden geïnstalleerd. Deze uitrustingsklassen worden gedefinieerd in DGUV Informatie 201-056.

Bij het plannen van valbeveiliging voor daken rijst de vraag welk type bescherming moet worden toegepast. Duidelijk is dat collectieve maatregelen altijd voorrang hebben voor individuele valbeveiliging (Duitse Arbowet). Maar net zo belangrijk is preventie (DGUV Voorschrift 1).

Welke uitrustingsklassen zijn er?

De DGUV, de organisatie van de Duitse Wettelijke Ongevallenverzekering, maakt onderscheid tussen 3 uitrustingsklassen.

Uitrustingsklasse A

Valranden aan werkplekken en looppaden zijn beveiligd door collectieve veiligheidsmaatregelen. Hier kan een hek of randbeveiliging worden gebruikt.
Bij uitrustingsklasse A mag volgens DGUV Regel 112-198 ook niet geschoold personeel het dak of de zone betreden om daar te werken, omdat er geen PBM nodig is.

Uitrustingsklasse B

Valranden aan werkplekken en looppaden zijn beveiligd met horizontale aanlijnvoorzieningen. Hier kunnen kabelsystemen of railsystemen voor valbeveiliging worden gebruikt.
Bij uitrustingsklasse B mag alleen geïnstrueerd en vakkundig personeel het dak op. Kabel- en railsystemen maken het werken met een preventief werkend systeem voor werkpositionering mogelijk. Uitrustingsklasse B kan op bepaalde speciale plekken worden aangevuld met ankerpunten.

Uitrustingsklasse C

Valranden aan werkplekken en looppaden zijn beveiligd met individuele ankerpunten. Deze ankerpunten moeten met een bepaalde afstand ten opzichte van elkaar en de valrand worden geïnstalleerd om het hele oppervlak te beveiligen.
Bij uitrustingsklasse C mag alleen geïnstrueerd en vakkundig personeel het dak op. Individuele ankerpunten bieden alleen de mogelijkheid van gebiedsbegrenzing op bepaalde punten. Bij werkzaamheden langs de valrand werkt het preventieve systeem niet. Hier is een val van hoogte mogelijk. De op de juiste manier gebruikte PBM tegen vallen van hoogte beperken de vangstoot op het lichaam en het ankerpunt absorbeert de energie. Zelfs bij correct gebruik van de PBM tegen vallen van hoogte is letsel niet uitgesloten.

Tijdelijke kabelsystemen voor valbeveiliging horen bij uitrustingsklasse C. Ze verhogen bij juist gebruik de veiligheid voor de gebruiker, maar maken geen onderdeel uit van het gebouw.

De juiste uitrustingsklasse kiezen

De keuze van de juiste uitrustingsklasse is afhankelijk van welke personen het dak of de zone betreden en hoe vaak ze dit moeten doen.

  • C: Individuele ankerpunten
  • B: Permanent geinstalleerde kabel- of railsystemen met passeerbare tussenhouders
  • A: Omlopende randbeveiliging (bijv. hekwerk)
 Lage
gebruiksfrequentie
Middelhoge
gebruiksfrequentie
Hoge
gebruiksfrequentie
Geïnstrueerd*
vakpersoneel
CBA
Niet geïnstrueerd
personeel
AAA
Openbaar /
privé-personen
BouwrechtBouwrechtBouwrecht
*Basis voor instructie is DGUV Regel 112-198 (Gebruik van PBM tegen vallen van hoogte) in combinatie met een reddingsplan.

De gebruiksfrequentie verschilt van dak tot dak en moet worden bepaald aan de hand van een RI&E.

In principe geldt dat hoe vaker het dak wordt gebruikt voor werkzaamheden, hoe hoger de gebruiksfrequentie is.