Normen en regels

TRBS 2121 - Technische regels voor bedrijfsveiligheid

De Technische regels voor bedrijfsveiligheid of TRBS 2121 “Risico's voor personen door een val” zijn in Duitsland samen met de Technische regels voor werkplekken (ASR) A2.1 en de Duitse arbowet de basis voor de in Duitsland geldende wet- en regelgeving op het gebied van valbeveiligingvoor werknemers. De TRBS 2121 is een feite een specificatie van de Duitse verordening Bedrijfsveiligheid (BetrSichV), die met name toeziet op het inventariseren en beoordelen van valrisico's. In de eerste plaats worden hierin centrale begrippen gedefinieerd zoals valrand, valbeveiliging, opvangvoorziening en persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen. Ook wat een val nu eigenlijk inhoudt wordt nader omschreven. Hij wordt namelijk niet alleen gedefinieerd als een val op een dieper gelegen oppervlak. Ook het wegzinken in vloeibare en korrelvormige stoffen en het door een onstabiel of niet dragend oppervlak heen vallen behoren tot de valrisico's die bij een risico-inventarisatie in kaart moeten worden gebracht. Vooral het laatste is belangrijk bij werkzaamheden op daken, bijvoorbeeld op golfplaten daken of in de buurt van lichtkoepels.

Risicobeoordeling beperkt het valrisico

TRBS 2121 verwijst naar het feit dat met het kiezen van de juiste arbeidsmiddelen het risico van een val al van tevoren kan worden verminderd. Een typisch voorbeeld hiervan is onder andere de glasbewassing of gevelreiniging met behulp van een hoogwerker, wat de voorkeur geniet boven het glazen wassen met een ladder. Het is geen toeval dat ook bij andere voorbeelden de ladder steeds wordt genoemd als potentieel valgevaarlijk arbeidsmiddel. Statistisch gezien is het vallen van een ladder een van de meest voorkomende oorzaken van een val in de werksfeer.

Inventarisatie van valgevaren

De eerste stap in bij het inventariseren van risico's is het identificeren van mogelijke valranden. De nadruk moet hierbij niet alleen liggen op duidelijke gevarenzones zoals dakranden, maar ook expliciet op de “afstand tot het dragende of niet-dragende oppervlak”. Ook hier wordt speciale aandacht besteed aan de ladder, omdat het kantelen van de ladder de afstand tot de valrand kan overbruggen, afhankelijk van waar de medewerker zich op de ladder bevindt.

Analyse van het valrisico

Bij het analyseren van het valrisico moet rekening worden gehouden met verschillende aspecten. Centraal staan hier het hoogteverschil tussen de geïnventariseerde valranden en het dieper gelegen oppervlak, de horizontale afstand tot het niet-dragende oppervlak en de eigenschappen van het dieper gelegen oppervlak. Afhankelijk van ondergrond en materiaal brengen een val en het neerkomen op een oppervlak verschillende letselrisico's met zich mee. Typische voorbeelden zijn:

  • Bulkgoederen bergen het risico van verzinken of verstikking;
  • Water betekent ook het gevaar van zinken of stikken;
  • Beton brengt het risico van hard neerkomen met navenante gevolgen met zich mee;
  • Bewapeningsverbindingen bergen het risico dat men zich bij een val opspietst;
  • Vaten met hete vloeistoffen kunnen zware brandwonden veroorzaken;
  • Vaten met vloeistoffen bergen het risico van verdrinking of letsel door brandwonden.

Daarnaast zijn de omgevingsvoorwaarden belangrijk bij het analyseren van risico's, bijvoorbeeld weersomstandigheden als sneeuwval of verlichting en het zicht. Of een valrand goed of slecht herkenbaar is kan doorslaggevend zijn voor de maatregelen die getroffen moeten worden.

Maatregelen voor valbescherming?

Tot slot geeft TRBS 2121 enkele voorbeelden van maatregelen voor valbeveiliging. Collectieve valbeveiligingsvoorzieningen als een dakrandbeveiliging hebben hier voorrang. Zij zijn bedoeld om een val te voorkomen. Op de tweede plaats worden collectief werkende opvangvoorzieningen genoemd, zoals bijvoorbeeld vangnetten. Deze vangen een medewerker bij een val op, voordat hij of zij tegen een muur botst of op de grond valt. Als deze maatregelen om bouwkundige redenen of vanwege de aard van de werkzaamheden niet mogelijk zijn, worden individuele persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen van hoogte gebruikt. Deze omvatten meestal een veiligheidsharnas dat op het lichaam wordt gedragen, een verbindingsmiddel en een vast op de constructie geïnstalleerde of door ballast gefixeerde aanlijnvoorziening waaraan het verbindingsmiddel wordt vastgemaakt.

Meer over het thema
keyboard_arrow_up