PBM tegen vallen

Koppeling

Koppelingen zijn een onmisbaar onderdeel van persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen (PBM tegen vallen). Hieronder vallen karabijnhaken, ringen en soortgelijke componenten die stevig aan het verbindingsmiddel (veiligheidslijn) zijn bevestigd. In de DGUV Regel 112-198 (voorheen BGR 198) “Gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen” worden koppelingen gedefinieerd als “een verbindend onderdeel in een valbeveiligingssysteem”. Zo zijn verbindingsmiddelen doorgaans aan ieder uiteinde voorzien van een karabijnhaak als koppeling. Aan het ene uiteinde van de lijn vormt de haak de verbinding met de aanlijnvoorziening. Hij wordt vastgemaakt aan het borgoog van een ankerpunt, veiligheidsdakhaak of aan de meeloper op een kabel of rail. De karabijnhaak kan ook direct op de kabel van een kabelsysteem worden gezet of aan een zogenaamde aanlijnmogelijkheid worden bevestigd. Het andere uiteinde van het verbindingsmiddel wordt met de tweede karabijnhaak vastgemaakt aan het veiligheidsharnas van de persoon die moet worden gezekerd. Koppelingen zijn onderworpen aan DIN EN 362 PBM tegen vallen – Koppelingen en moeten getest en gemarkeerd zijn voordat ze op de markt mogen worden gebracht.

Zelfsluitend of handmatig vergrendelbaar

Volgens DGUV Regel 112-198 zijn er in principe twee soorten koppelingen. Niet zelfsluitende koppelingen zoals bijvoorbeeld schroefkoppelingen zijn uitsluitend geschikt om een permanente verbinding te maken. Bovendien zijn ze alleen toegestaan als de schroefkoppeling veilig en duurzaam is beveiligd tegen openen.

Om de veiligheid te verhogen adviseert de DGUV het gebruik van zelfsluitende koppelingen. Deze moeten vooral worden gebruikt als de gebruiker de koppeling tijdens het werk regelmatig moet openen en sluiten, bijvoorbeeld om hem van het ene ankerpunt naar het volgende te verplaatsen.

Waar moet u bij koppelingen op letten?

Bij het kiezen van geschikte koppelingen voor gebruik in PBM tegen vallen moet rekening worden gehouden met de volgende factoren om de veiligheid en het gebruiksgemak te verhogen:

  • met één hand te bedienen;
  • eenvoudige bedienbaarheid ook met veiligheids- of werkhandschoenen;
  • laag gewicht;
  • opening moet groot genoeg zijn, bijvoorbeeld voor koppelen aan buizen in de steigerbouw;
  • bewegende onderdelen moeten voldoende speling hebben om te voorkomen dat de vergrendeling niet blokkeert, door bijvoorbeeld corrosie of verontreiniging.

Ook koppelingen moeten volgens de wet- en regelgeving voor valbeveiliging regelmatig en minstens een keer per jaar worden geïnspecteerd en gemarkeerd door een deskundige voor PBM tegen vallen.

Meer over het thema
keyboard_arrow_up