Aanlijnvoorziening

Medewerker bij het verzorging van een zonne-installatie beveiligt door ABS-Lock X-Solar ankerpunt

Een aanlijnvoorziening is een systeem voor valbeveiliging van personen met ten minste één anker- of bevestigingspunt. Aanlijnvoorzieningen zijn vaak permanent met het gebouw (bv. plat dak, hellend dak, gevel etc.) of de onderconstructie (bv. machines, kraanbanen, windmolens etc.) verbonden. Ze bieden gebruikers een mogelijkheid voor het bevestigen van de koppeling of lijn van hun persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen. Ze kunnen geconstrueerd zijn als preventief fall restraint systeem, dat een val onmogelijk maakt, of als valstopsysteem, dat een dodelijke klap voorkomt.

Twee typen aanlijnvoorzieningen

Zoals beschreven in de DGUV Informatie 201-056 “Basisprincipes voor het ontwerpen van aanlijnvoorzieningen op daken” kan een aanlijnvoorziening ook gebaseerd zijn op meerdere en/of flexibele ankerpunten. De publicatie maakt onderscheid tussen twee typen:

  • individuele ankerpunten of dakankers met slechts één aanlijnring worden “star ankerpunt” genoemd.
  • systemen waarbij meerdere dakankers door middel van een kabel of rail met elkaar verbonden zijn noemt men “flexibele ankerpunten op kabel of rail”. De gebruiker lijnt dan aan op een meeloper die vrij langs een bepaald stuk of het hele traject van de aanlijnvoorziening beweegt.

Aanlijnvoorzieningen volgens DIN EN 795

In de voor de Duitse markt geldende DIN EN 795 worden vijf varianten van aanlijnvoorzieningen onderscheiden.

  • Type A: permanent op de ondergrond verankerde individuele ankerpunten
  • Type B: ankerpunten die na gebruik weer verwijderd (kunnen) worden
  • Type C: staalkabelsystemen voor valbeveiliging
  • Type D: railsystemen voor valbeveiliging
  • Type E: ankerpunten die met een last (bv. betontegels, grind etc.) zijn verzwaard

Vast geïnstalleerd of tijdelijk gebruik

In de tevens door de DGUV gepubliceerde preventieleidraad “Inspecteren van aanlijnvoorzieningen door deskundigen” staat verder dat aanlijnvoorzieningen vast met de ondergrond verbonden kunnen zijn, maar eventueel ook kunnen dienen als tijdelijke voorziening om werkzaamheden uit te voeren. Ook permanent geïnstalleerde veiligheidsdakhaken op hellende daken horen volgens deze preventieleidraad tot de aanlijnvoorzieningen, ook als ze niet in de DIN EN 795 staan, maar onder DIN EN 517 vallen.

Voor het beveiligen van langere trajecten of grotere gebieden raadt de leidraad het gebruik van individuele ankerpunten af om het risico op een pendelval te voorkomen. Het advies hier luidt een parallel met de valkant geïnstalleerde valbeveiliging zoals een staalkabeltraject.

Ankervoorziening of ankermogelijkheid voor PBM tegen vallen?

Naast de technische ankervoorzieningen beschrijft de preventieleidraad ook zogenaamde ankermogelijkheden. Dat zijn bijvoorbeeld stabiele buizen, staanders of balken die tijdelijk gebruikt kunnen worden voor het bevestigen van PBM tegen vallen.