Dakrandbeveiliging

Een dakrandbeveiliging moet verhinderen dat arbeiders bij het werk te dicht bij de valrand komen of over de rand komen. Hekwerken en leuningen dienen in dit geval dus ter voorkoming van dodelijke of levensgevaarlijke valincidenten. Een dakrandbeveiliging wordt gerekend tot de collectieve valbeveiliging, omdat hij een of meerdere personen beschermt zonder dat deze vertrouwd moeten zijn met het gebruik van individuele PBM tegen vallen. Deze maatregelen hebben volgens het voorschrift voorrang boven het gebruik van individuele valbeveiliging met PBM tegen vallen.

Een dakrandbeveiliging kan vast geïnstalleerd worden, maar er zijn ook verschillende mogelijkheden voor tijdelijke opstelling die verzwaard worden met bijvoorbeeld tegels of een andere vorm van ballast. Hij wordt meestal vervaardigd van weerbestendig aluminium zodat hij gemakkelijk getransporteerd kan worden.

Volgens DIN EN 13374 (Tijdelijke systemen voor zijdelingse beveiliging) moet een dakrandbeveiliging ten minste 100 cm hoog zijn. Direct aan de dakrand zonder opstaande rand of verhoging van ten minste 10 cm hoog opgesteld, moet de dakrandbeveiliging naast een hand- en kniereling tevens worden voorzien van een voetreling.

Die Dachkante eines flachen Bitumendaches ist mit einem Geländer gesichert