Gevarenzone

Volgens DGUV Informatie 201-056 (vroeger BGI 5164) zijn looppaden op daken die binnen een zone van 2 m van de dakrand liggen (vanaf een hoogte van de buitenzijde van het gebouw van 3 meter en hoger) gevarenzones. In ASR A2.1 staat tevens: “Werkgebieden en de wegen ernaar toe waarbij de afstand tot de dakrand meer dan 2,0 m bedraagt, liggen buiten de gevarenzone.”

Werken in de gevarenzone

Binnen de 2 meter tot de dakrand mag iemand alleen werken, als hij goed beveiligd is tegen vallen. Hiervoor worden doorgaans Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen gebruikt, waarmee geschoolde werknemers zich bevestigen aan de aanwezige aanlijnvoorzieningen. Tot de voorgeschreven uitrusting behoren in ieder geval een harnasgordel en een passende koppeling. Als er op de constructie geen vast verankerde ankerpunten of staalkabeltrajecten voor valbeveiliging aanwezig zijn, kunnen op platte daken ook mobiele aanlijnvoorzieningen worden gebruikt. Deze zijn vaak door ballast verzwaard, bijvoorbeeld met betontegels of kunststof gewichten. Als de gevarenzone echter regelmatig moet worden betreden, is een collectief beschermende voorziening vereist, bijvoorbeeld door het installeren van een dakrandbeveiliging.