Veiligheidsdakhaken

Dachdecker auf einem Steildach gesichert an einem ABS Dachhaken

Om dakdekkers, schoorsteenvegers en andere werkers op hoogte op hellende daken een verankeringsvoorziening te bieden voor het bevestigen van hun harnasgordel worden zogeheten veiligheidsdakhaken gemonteerd. Deze zijn vast verbonden met de ondergrond, doorgaans met een stabiele dakbalk. Veiligheidsdakhaken zijn een combinatie van het typische oog van de verankeringsvoorziening met een haak voor het inhangen van de dakladder. Deze speciale dakhaken moeten volgens de bindende DIN EN 517 vervaardigd, gekeurd en gemarkeerd zijn.

Veiligheidsdakhaken type A en type B

De DIN EN 517 onderscheidt twee typen veiligheidsdakhaken: dakhaken van het type A zijn slechts in een valrichting getest en kunnen daarom alleen worden gebruikt als de gebruiker zich onder de haak bevindt. Dat is in de praktijk problematisch, omdat de dakhaak dan altijd boven het dakraam of dakluik moet zitten om ervoor te zorgen dat de gebruiker zich op de juiste manier van onderen kan aanlijnen en goed beveiligd kan werken. Ook werken bij of op de nok is op die manier lastig.
Veiligheidsdaken van het type B bieden daarentegen meer flexibiliteit. Omdat zij geschikt zijn voor iedere belastingsrichting, kan de montageplek van de dakhaak op het hellende dak relatief vrij worden bepaald. Aangelijnde dakwerkers kunnen zich veel vrijer op het dak bewegen.

Gebruik met dakladders

Naast de Persoonlijke Beschermingsmiddelen tegen vallen (PBM) van de dakdekker worden veiligheidsdakhaken ook gebruikt in combinatie met dakladders. Vroeger waren dat veelal houten ladders, maar vandaag de dag zijn dakladders meestal van het veel lichtere aluminium gemaakt. Zij bieden de dakwerker een stabiele opstapmogelijkheid, maar kunnen slechts tot een bepaalde hellingshoek van het dak worden ingezet. Bovendien mag de ladder niet aan een van de bovenste sporten worden ingehangen.

Vervormbaar staal

Veiligheidsdakhaken zijn meestal vervaardigd van vervormbaar roestvrij staal. Dit zorgt niet alleen voor de nodige weerbestendigheid, maar dient ook voor de veiligheid. De dakhaak vervormt bij een valbelasting, zodat de optredende krachten aanzienlijk minder inwerken op de bevestiging met de ondergrond. Het verbindingsmiddel (koppeling) tussen dakhaak en harnasgordel op het lichaam is meestal voorzien van een aanvullende (band-)valdemper, die de krachten tevens reduceert.